Tag archieven: graffiti

 

De grote kunst van musea is nog steeds kunst verheffen tot Kunst met een grote K. Want waarom wordt vaak iets banaals kunst genoemd, wanneer het liefdevol wordt gekoesterd binnen de beschermende muren van een museum? Het oorspronkelijke idee van een museum is zeker niet slecht bedoeld. Het bracht uiteindelijk al wat kunstig was samen. Het museum bracht kunst uit de privécollecties naar de mensen toe, maakte ze publiek. Maar dan wederom, wat maakte juist kunst Kunst? Duchamp verduidelijkte die visie van kunst en Kunst met zijn urinoir.

Maar het is zover gekomen dat er musea over architectuur bestaan, dat kunst pas kunst wordt in een museum. In godsnaam, een museum over Bauhaus (?) Bauhaus is een stijl die je in zijn volle glorie moet bewonderen. Een museum voor gebouwen maken is tamelijk nutteloos. Neem nu eender welk stuk dat in Centre Pompidou staat, en plaats het de groenplaats hier in Antwerpen. Geen haan die ernaar kraait, het stuk zal hoogstens een paar hoofden doen draaien. In het centre pompidou, echter, wordt het omringd door dergelijke expressionistische, abstracte en conceptuele stukken. Maar moet dat een vereiste zijn om iets wat kunst genoemd mag worden, ook effectief kunst te noemen? Moet het stuk X dat ik hier maak uit een vork, wat kauwgom, een plant en een elastiek, écht omringd worden door andere stukken die even conceptueel zijn als het mijne, opdat stuk X kunst genoemd mag worden?

Banksy (ja, alwéér Banksy) is een perfect voorbeeld van wanneer kunst kunst wordt in een museum. Google eens naar shopping trolley, rock en Banksy en kom hier uit. Door zijn actie laat hij zien dat dat wat hij maakt niet uitmaakt of het mooi, relevant of conceptueel moet zijn om kunst genoemd te worden, en hierbij ook veel geld waard te zijn. Al zijn andere werken daarentegen zijn van zulk een orde dat ze wél kunstig zijn buiten een museum. De reden daarvoor ligt echter niet om het fraaie maar eerder om het concept, en de grandesque waarin Banksy z’n werken tentoon spreidt.

Kunst is overal in al z’n vormen, maar vaak heimelijk verborgen achter de grauwte en grijsheid van zijn omgeving. Als je echter goed zoekt en weet waar te kijken, zie je wel stukken kunst, zowel oeroude als gloednieuwe. In Antwerpen is er zo’n graffiti-kunstenaar die er een beetje dezelfde tekenstijl als Gummbah op nahoudt. Heerlijk misproportionele personen, en rauwe realiteit. Ook zie je tegenwoordig in meerdere steden sjabloon-graffiti opduiken, zoals Banksy doet, Het zijn bv kleine ratjes, laag tegen de grond op gevels, grotere iconen en personen.

Wat echter wel twijfelachtiger is, is theater en performances. Hoewel bepaalde performances enkel hun ware inhoud kunnen tentoon spreiden in speciaal daarvoor ingerichte ruimtes. Puur theater daarentegen kan evengoed op straat gespeeld worden, wat het dan weer extra kunstiger maakt dan enig ander theaterstuk. Langs de andere kant: theater in zijn algemeniteit Kunst noemen is heel kortzichtig. Dat beeld mag genuanceerd worden tot het cooperatie van regisseur, scenarist en gezelschap. Bij theater wordt er evengoed een beeld gecreeerd, maar dat beeld wordt op de acteurs zelf geprojecteerd. Hierdoor wordt het nog iets moeilijker om stuk (kunstwerk) goed te vinden. Net omdat de acteurs hun personages op zichzelf presenteren, valt hun eigen entiteit als acteur niet weg. Ze is nog evenzeer aanwezig als hun personage en treedt soms in conflict met hun personage.

Misschien is dit de reden waarom ik zoveel sympathie voel voor Marcel Broodthaers